Padel winter en zomer

Sinds het begin van het zomerseizoen 2016 beschikt TC De Hasselt ook over een outdoor padelveld. Sinds februari 2019 is er een tweede padelveld aangelegd.

Padel is een nieuwe laagdrempelige (je hebt minder techniek nodig als bij tennis en je moet onderhands opslaan) en trendy sport met ingrediënten uit onder andere tennis en squash. Padel richt zich zowel op jong en oud, en is toegankelijk voor alle sportieve niveaus. Tactiek en strategie zijn belangrijker dan kracht. Dankzij de glazen achterwand blijft de bal langer in het spel en heb je dus langere rally's en meer spelplezier. Kortom je moet het zeker eens uitproberen.

In ruil voor het lidgeld voor padel, kan je een heel jaar door onbeperkt padellen. Het seizoen loopt vanaf begin april tot eind maart, dus eigenlijk het ganse jaar door. De start van een padeljaar loopt gelijk met de start van het zomerseizoen van tennis en loopt dan door tot het einde van het winterseizoen van tennis. Het padelveld is niet weersgevoelig. Zolang het niet regent en je de koude trotseert, is het geen enkel probleem om het outdoor padelveld te gebruiken.

Ook voor padel gaan we een aantal activiteiten organiseren zoals de padel interclubcompetitie en het padel klubkampioenschap. Ook al onze andere aktiviteiten naast het veld, staan dan open voor jou.

De spelregels

Algemeen

Padel wordt bijna altijd in dubbels gespeeld. We beschikken dan ook over een dubbelspel padelveld.

Scoreverloop

Het scoreverloop bij padel is hetzelfde als bij tennis, namelijk 15, 30, 40 en game. Bij 40-40 moeten twee opeenvolgende punten worden gescoord om de game te winnen. Padelwedstrijden zijn meestal  “best-of-three”, oftewel tot twee gewonnen sets, waarbij een set gewonnen wordt door het team dat als eerste zes games wint met twee games verschil. Bij 6-6 wordt een tiebreak gespeeld, die gaat tot zeven gewonnen punten met twee punten verschil.

Opslag

De opslag moet onderhands. De eerste opslag wordt vanaf de rechterkant geslagen en wordt daarna afwisselend van links naar rechts geslagen. De speler die opslaat moet achter de servicelijn staan, de andere spelers mogen staan waar ze willen, maar meestal staat de tegenspeler die de opslag niet moet aannemen 2 m achter het net, en de medespeler van de speler die opslaat mee achter de servicelijn. Men laat de bal éénmaal stuiteren achter de servicelijn tussen de middellijn en de zijwand. Bij de opslag geldt dat men de bal onder of ter hoogte van zijn of haar middel moet raken. De opslag moet zonder het net te raken direct in het diagonaal gelegen servicevak van de tegenstander stuiten. De bal mag daarna de wand raken, maar niet het hekwerk.

De ontvanger kan kiezen om de bal terug te spelen voordat of nadat de bal de wand heeft geraakt. Zodra de bal correct in het servicevak heeft gestuiterd en correct is geretourneerd, komen beide speelhelften in het spel. Als de bal bij een eerste of tweede service het net toucheert en daarna in het correcte servicevak landt, wordt de opslag overgespeeld.

Spelverloop

Tijdens rally’s mag de bal slechts éénmaal het speelveld raken. Een speler mag kiezen om de bal te laten stuiteren of hem te volleren. Als de bal stuitert moet dat gebeuren zonder eerst de wand of het hekwerk te raken, anders is het een fout. Nadat de bal heeft gestuiterd mag hij de wand of het hekwerk een of meerdere raken voordat hij teruggespeeld wordt. De ontvanger mag de bal direct in het speelveld van de tegenstander terugslaan, of hij kan de bal via de achter- of zijwanden terugspelen. Als de bal het hekwerk raakt voordat hij over het net komt is het een fout. Als de bal via het speelveld over de wand of hekwerk wordt geslagen is het een punt.

Het spel gaat door met deze regels, totdat de bal tweemaal op het speelveld stuitert of een speler op een andere manier de regels overtreedt.